Kijk ook eens op onze persoonlijke websites

www.2metdenatuur.nl
www.martin.2metdenatuur.nl
www.erwin.2metdenatuur.nl

 
 

     







 









Ringslang
 (Natrix natrix)



Kenmerken
Deze slang heeft een bruingrijze tot zwartgrijze kleur, een witte buik en een kenmerkende gele band om de hals, waaraan de naam te danken is. Echter niet bij alle exemplaren is deze te zien, er zijn diverse ondersoorten en kleurvariaties die sterk kunnen verschillen. Mannetjes blijven een derde kleiner dan vrouwtjes; het mannetje wordt 90-100 centimeter, het vrouwtje 120-140 centimeter. De ringslang is niet gevaarlijk, maar kan wel gemeen bijten.

Voortplanting
De ringslang is de enige eierleggende slangensoort in Nederland en BelgiŽ, de gewone
adder en de gladde slang zijn beiden eierlevendbarend. De eieren worden afgezet in zogenaamde broedhopen, meestal composthopen waar de temperatuur door broei hoger is. De vrouwtjes zetten de eitjes vaak af bij legsels van soortgenoten. Afhankelijk van de temperatuur komen de juvenielen na ongeveer twee maanden uit het ei, de ideale temperatuur is ongeveer 28 graden. Jonge ringslangen houden zich vooral op in de buurt van water.

Voedsel
Het voedsel van de ringslang bestaat uit: kikkers, salamanders, vissen, padden of muizen.

Voorkomen
De ringslang komt in nagenoeg heel Europa voor, met uitzondering van de gebieden rond de poolcirkel. Ringslangen worden ook in Nederland en in BelgiŽ ten noorden van Samber en Maas steeds zeldzamer.

 

 
   
 

 


Natuurfotografie www.2metdenatuur.nl ©
Eigendom van Martin ten Wolde en Erwin Bruulsema