Kijk ook eens op onze persoonlijke websites

www.2metdenatuur.nl
www.martin.2metdenatuur.nl
www.erwin.2metdenatuur.nl

 
 

   
 
 







  Steenuil  
                 

Uilen… geheimzinnig? Nou, vroeger vonden mensen dat wel en dat dankte de uil natuurlijk aan zijn leefwijze: pas als het donker wordt komt hij in actie. Omdat zijn vlucht volledig geruisloos is, schrok iemand die plotseling een donkere vogel over zich heen zag scheren, daarvan behoorlijk. Dankzij de aandacht die in de loop der tijd aan uilen is besteed (denk aan Harry Potter) en de voorlichting die erover wordt gegeven, is er tegenwoordig meer begrip. Toch zal een landbouwer die plotseling een kerkuil hoort schreeuwen in zijn boerderij mogelijk wel even slikken van de schrik.

In ons land treffen we momenteel 6 uilensoorten aan: bosuil,
kerkuil, ransuil, steenuil, velduil en de oehoe. De laatste broedde al enige jaren in Zuid-Limburg, in een groeve van de St. Pietersberg, waar cement werd uitgegraven. Deze uil heeft indrukwekkende afmetingen. Stel je voor: met gespreide vleugels meet het beest maar liefst 1,8 m. De oehoe doet het goed na dat eerste broedpaar in Limburg, want sinds 2003 en 2004 zijn ook in Twente en de Achterhoek paren verschenen, die o.a. een oud buizerdnest als broedplaats hebben uitgekozen. Door hun grootte zijn ze in staat ook grote prooien te verschalken: haas, konijn, wilde eend, enz. Vooral verdwaalde postduiven staan op zijn menu.

Op de Waddeneilanden vinden we de laatste broedparen van de velduil. Deze mooie uil heeft het erg moeilijk. Dat heeft o.a. te maken met de verslechterende voedselsituatie. Veel ruig grasland, o.a. in de duinen raakt met struiken begroeid en dat verhindert de velduil prooien te verschalken. Daarom staat hij nu ook op de “
Rode Lijst” van vogels die uit ons land dreigen te verdwijnen. Zo’n 30 p. zijn er nog en dat is bitter weinig. Weet je dat deze uil overdag op jacht gaat en daarom zie je hem soms jagend boven de duinen op Texel.

Met de bosuil gaat het gelukkig voor de wind. Deze forse uil met zijn donkere ogen verblijft in (oude) bossen. Oude bomen met holten geven hem broedgelegenheid. Bijv. een door een zwarte specht gehakte nestholte wordt graag betrokken. Met het ouder worden van het bos vinden ook in Drenthe deze uilen een goed biotoop.

In Havelte, bijv. Overcinge, Uffelte (Rheebruggen) en Dwingeloo (Oldengaerde) kunnen we al in februari ’s avonds en ’s nachts de heldere roep horen. Dan al wordt het territorium afgebakend. De roep is bij ieder bekend: in spannende films wordt die vaak gebruikt om de spanning nog iets op te voeren. Ook op een camping kun je soms de roep van deze uil op grote afstand vanuit het bos horen.

De
ransuil staat bekend als de uil met de “oortjes”. Die pluimpjes op de kop hebben echter niets met zijn oren te maken. Hij kan er hoogstens zijn gemoedstoestand enigszins mee uitdrukken: pluimpjes meer of minder rechtop!

Deze bruine uil moeten we zoeken in de omgeving van dorpen. Daar jagen ze ’s nachts boven de kleine weiden en akkertjes op veldmuizen. Zijn die niet te vinden, dan nemen ze ook genoegen met kevers: meikevers, mestkevers. In de braakballen vind je de schilden ervan terug. Dat die ransuilen in de omgeving van dorpen voorkomen heeft ook te maken met het feit dat ze afhankelijk zijn van zwarte kraaien en eksters. Omdat ze zelf geen nest bouwen, zoeken ze een oud nest van die 2 vogelsoorten. Zwarte kraaien bouwen hun nest vaak in hoge sparren, dennen en eiken in kleine bosjes aan de dorpsranden, dus dan moet de ransuil daar wel naar toe.
Van de
ransuil is bekend dat ze gedurende de winter samenkomen op zgn. “roestplaatsen”: groepjes bomen waarin ze overdag “roesten”= rusten en van waaruit ze ’s avonds in de buurt op muizenjacht gaan. Soms zie je wel ca. 10 uilen bij elkaar zitten. Dat schouwspel vindt o.a. plaats bij de Havelter molen. We hebben wel de indruk dat er jaarlijks minder verschijnen. Ook de ransuil gaat helaas achteruit in aantal.

Over een andere, werkelijk schitterende uil, kunnen we gelukkig wat positievere berichten brengen: de
kerkuil. Deze uil met zijn lichte veren en hartvormige masker moeten we zoeken in gebouwen. Vroeger in kerken en boerderijen, maar in de kerken kunnen ze momenteel slecht komen, aangezien de invlieggaten meestal met gaas zijn dichtgemaakt om de kauwtjes te weren.

In 1979 kwam de stand van deze uil op een dieptepunt. Oorzaken: een zeer strenge winter en ook het gebruik van zwaar landbouwgif. Gelukkig is dat laatste middel niet meer toegestaan en zeer strenge winters lijken ook tot het verleden te behoren. Maar de belangrijkste reden van zijn spectaculaire toename (van ca. 60 p. tot 2500 p. in 2003) is het plaatsen van speciale kasten boven op de hanenbalken van boerderijen, in kapschuren, maneges, enz. De kerkuil maakt er erg graag gebruik van. Vroeger broedden ze meestal vlak achter het zgn. Oelebröd. In zo’n grote kast hebben ze goede overlevingskansen en na ca. 2 maanden vliegen ze uit en zie je ze boven op de balken. Witte meststrepen en braakballen verraden de aanwezigheid. In ons werkgebied (Uffelte, Havelte, Wapserveen, Ansen en Wittelte) broedden de laatste jaren al weer ca. 20 kerkuilenparen. De jongen worden door ons geringd, zodat je er later nog eens terugmeldingen van kunt verwachten, bijv. als ze omkomen in het verkeer of broeden in een nestkast.

Tenslotte noemen we onze kleinste uil: de steenuil. Dit kleine uiltje heeft opvallende gele ogen en verblijft graag in de buurt van boerderijen. De omgeving moet beslist wat kleinschalig zijn: kleine weitjes, houtwallen, rommelhoekjes met veel onkruiden, oude schuurtjes, enz. Daar vindt de steenuil zijn voedsel: muizen, insecten, wormen. Als alles te netjes wordt, is de voedselsituatie al gauw onvoldoende en sterft deze uil wegens voedselgebrek. In de omgeving van Uffelte is hij daarom uitgestorven. Gelukkig zijn er in onze buurt toch nog enkele geschikte gebiedjes waar hij een bestaan vindt: omgeving Ruinen (Ansen, Oldenhave, Engeland en Hees) en omg. Dwingeloo(Lhee, Lheebroek, Eemster, Leggeloo en Westeinde). Hier hangt de Vogelwacht Uffelte e.o. kasten om ze onderdak te bieden.

In Drenthe broeden momenteel nog maar ca. 60 paren en de helft daarvan broedt in onze omgeving. Ook de steenuil staat daarom op de “Rode Lijst”. We stellen de paren vast door in het voorjaar met de cassetterecorder op pad te gaan: het mannetje reageert op de roep van een soortgenoot en dan kunnen wij het territorium intekenen.

Wij hopen ook in de toekomst bovengenoemde uilensoorten in onze omgeving te kunnen behouden. Daar zetten de werkgroepen van de Vogelwacht zich voor in. Hulp van bewoners van o.a. de boerderijen in onze omgeving is daarbij dringend gewenst.

Geschreven door Fred van Vemden, Vogelwacht Uffelte e.o. 

 

 




 

 


2metdenatuur.nl
is bevriend met


 
 
     
         
             
 

 

 


Natuurfotografie www.2metdenatuur.nl ©
Eigendom van Martin ten Wolde en Erwin Bruulsema