Kijk ook eens op onze persoonlijke websites

www.2metdenatuur.nl
www.martin.2metdenatuur.nl
www.erwin.2metdenatuur.nl

 
 

     











 









Vos
(Vulpes vulpes)
 

 

Kenmerken
De vos is het grootste roofdier van de Benelux. Hij komt uit de familie van hondachtigen.
De vacht van de vos is oranjebruin tot vrijwel geheel grijs. De staart is een mooie pluim en het uiteinde ervan is zwart of licht gekleurd. Hij heeft een kop-romplengte van 58 tot 90 centimeter, een staartlengte van 32 tot 48 centimeter en een schouderhoogte van 35 tot 40 centimeter. De mannetjes worden groter als de vrouwtjes. Een volwassen mannetje kan tot 15 kg wegen.
De vos kan tenminste 28 verschillende geluiden voortbrengen, en hij kent ook een groot
aantal houdingen om mee te communiceren. Onderdanige vossen houden bijvoorbeeld de oren naar achter, de mond lichtelijk open met opgetrokken lippen, en kwispelen bochtig
met hun staart. Agressieve vossen plaatsen de oren zijdelings en houden de mond wagenwijd open. In het wild wordt de vos zo'n tien jaar oud. De meeste vossen worden echter niet ouder dan 3 jaar.

Voedsel
Vossen jagen in hun eentje, dit doen ze over het algemeen 's nachts. In onverstoorde gebieden jagen ze echter liever overdag. De vos kan een snelheid bereiken van wel 60
kilometer per uur.

De prooi van een vos bestaat meestal uit kleine en middelgrote prooidieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen en vogels, eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen worden gegeten, evenals aas, placenta's en afval.
Vossen eten per dag ongeveer 500 gram voedsel. Soms doden ze meer prooien dan nodig en verstoppen deze prooien vervolgens. De vos is goed in staat de prooien terug te
vinden die hij begraven heeft.

Territorium
Vossen leven vaak in groepen van circa 6 dieren. De leider van de groep is het dominante mannetje. Daarnaast zijn er het dominante vrouwtje en andere vrouwtjes. Het territorium van een vos kan 100 tot 1200 ha groot zijn. Dit wordt afgezet met geursporen, urine en ontlasting. Vossen leven in een hol dat ze zelf gegraven hebben of gegraven is door een konijn of das. Het hol (burcht) heeft altijd meerdere uitgangen.

Voortplanting
De paartijd duurt van december tot februari, wanneer de mannetjes vruchtbaar zijn.
Een vrouwtje is in die tijd slechts drie weken loops. De jongen worden na een draagtijd van 52 53 dagen in de lente (tussen maart en mei) geboren. Dat hol wordt meestal onder een boom gegraven en soms gedeeld met een ander drachtig vrouwtje.

Een worp telt meestal 4 tot 6 jongen. Worpen van 5 tot 8 jongen komen ook voor, bij uitzondering zelfs 10. De worpgrootte is afhankelijk van het voedselaanbod. In gebieden met veel vossen zijn de worpen kleiner. Veel jacht geeft minder vossen, maar grotere worpen. Bij de geboorte zijn de jongen blind en doof en wegen ongeveer 100 gram. Ze hebben bij de geboorte een donkere fluwelen vacht, stompe snuitjes en kleine oortjes.
De eerste twee tot drie weken zijn de jongen volledig afhankelijk van hun moeder. De vader en de helpers brengen de eerste dagen voedsel voor de moeder, en nadat de jongen gespeend zijn helpt ook de moeder mee.

Na elf tot veertien dagen gaan de ogen open. De eerste maand zijn de ogen blauw van kleur, maar later wordt ze bruin. Als ze vier weken oud zijn groeien de neus en oren
snel, en komt er een rossige glans over de vacht. Ze eten rond deze tijd hun eerste vaste voedsel. Na zes weken worden de welpen gespeend en na zeven tot acht weken hebben ze het volledige melkgebit.

 
   
 

 


Natuurfotografie www.2metdenatuur.nl
Eigendom van Martin ten Wolde en Erwin Bruulsema